mijn visie op biomechanica

In vele boeken wordt de ruggengraat en het bekken van de mens vergeleken met een zeilschip: de mast van het schip is de wervelkolom en de romp komt overeen met het bekken.

 

Deze vergelijking klopt echter van geen kanten; de wervelkolom is geen rigide staaf zoals de mast van een schip, maar een opeenstapeling van losse blokjes.  Deze afzonderlijke blokjes – de wervels – vertonen op zichzelf geen enkele stabiliteit.

Op de volgende beelden ga ik nu echt wel afwijken van de klassieke visie en een heel ander model ontwikkelen dat veel meer met de realiteit overeenkomt. Dit nieuwe denkmodel kan ons veel beter helpen om rugpathologie te begrijpen en dus ook om tot efficiëntere behandelingen te komen.

De wervelkolom is beneden zeer stevig verbonden met het bekken. Dit is te vergelijken met een stapel tassen waarvoor de onderste tas met lijm aan een plankje vastgemaakt is.

 

De rest van de stapel is uiteraard niet erg stabiel: de minste trilling, een beetje tocht of een kleine beweging kan de stapel laten ineenstorten. Zo is ook onze wervelkolom: zonder gewrichtsbanden of spieren is er nauwelijks sprake van stabiliteit.

Kijk nu eens naar de volgende tekening:

 

Wanneer wij de wervelkolom van nabij bekijken merken wij dat deze eigenlijk uit twee delen bestaat: een voorste compartiment bestaande uit wervellichamen verbonden door een ringpakking van kraakbeen en gel: de discus intervertebralis en een achterste  compartiment bestaande uit een ring met twee gewrichten en wat uitsteeksels. Het voorste compartiment vangt het lichaamsgewicht op; in mijn model wordt het de kuip van de tassen. Maar onze tassen hebben ook oren en de oren komen overeen met de ring achteraan de wervels. Deze ring is met twee gewrichten met de boven en onderliggende ring verbonden en heeft bovendien nog twee uitsteeksels aan beide kanten en één achteraan. De gewrichten noemt met facetgewrichten, de uitsteeksels worden spinae genoemd en tussen deze spinae bevinden zich de belangrijkste spieren van de rug: het transversospinale systeem; dit systeem stabiliseert en stuurt de ruggengraat en wordt hier voorgesteld door de tape die de aan tassen kleeft.

Op deze tekening is duidelijk te zien dat de constructie toch niet erg robuust  is. Wanneer wij echter een ballon (de ingewanden van de buik) toevoegen en deze met een elastisch zeil (de buikwand) aan de opstelling vastmaken, dan kan iedereen onmiddellijk vaststellen dat de stabiliteit spectaculair is toegenomen.

Boven de buikholte bevindt zich de borstkas; deze blaasbalg, die dankzij de ribben en het middenrif de longen ventileert, is naast de buikholte de tweede belangrijke stabiliserende structuur. Drukkrachten op de ruggengraat worden door deze twee ruimten in interne drukkrachten en externe trekkrachten omgezet om zo opgevangen te worden door het ribbenrooster en de abdominale musculatuur.  Dit inzicht is van primordiaal belang om goed de biomechanica – en de  behandeling- van de rug  te begrijpen.